Roos Fikenscher
[terug naar de beginpagina]

TAO in opstellingswerk

Tao symbool

TAO leert de filosofie van het loslaten. Het leert, dat je niet hoeft te zwemmen, maar dat je je eenvoudigweg door de stroom kunt laten meedragen – de stroom toe te staan je mee te nemen, waar hij ook heengaat.

TAO wordt ook 'de weg van het water' genoemd. Zoals het water gestaag steeds verder en verder stroomt – zonder wegwijzers, zonder landkaart, zonder voorschriften, zonder discipline. Maar het bereikt hoe dan ook uiteindelijk de zee – waar hij oorspronkelijk uit ontspringt."

De dynamiek in opstellingen, datgene te erkennen wat is, zonder in te grijpen en het anders te willen zien, zonder waarde-oordeel en afwijzing, geeft een bijzondere en invoelbare beweging die de innerlijke houding van het toestemmen, de kracht van het JA mogelijk maken. Hieruit ontstaat een totaal nieuwe dynamiek. Bewegingen die in haar essentie terugvoeren naar natuurlijke ordeningen van het leven.

De Tao wijst je de weg van het stille midden. Het toont je, wanneer je steeds meer afstand tot je verstrikkingen kunt bewaren en hoe meer je dat lukt, lichtheid en vreugde in je leven kunt hebben. De Tao in het systemisch werk kent slechts één oriëntatiepunt, die van lichtheid. Licht is goed en wat goed is licht. Het stille midden vanuit dit bewustzijn voelt dan ook licht aan.

Het pad van de Tao is inzicht, kennis en begrip te verwerven zonder deze na te streven. Het TAO leren kennen, betekent je eigen weg vinden. En deze weg ontstaat doordat je hem gaat.

Gewoonlijk studeert de mens om zich weten eigen te maken – maar hoe meer je de TAO bestudeert, des te minder weten je nastreeft.

En omdat je steeds minder wilt, kom je dichter bij het Niet-handelen. Eerst door Niet-doen, Wu Wei, worden de dingen gedaan. Het leven meestert men het beste, wanneer je het zijn loop laat - en zich niet inmengt.